Box 3 in 2028: wat verandert er voor spaarders en beleggers?
In het kort
- Vanaf 1 januari 2028 wil het kabinet in box 3 belasting heffen over het rendement dat u echt behaalt, in plaats van over een fictief rendement.
- Volgens de novelle van eind september wordt koerswinst op aandelen, obligaties en fondsen pas belast als u verkoopt. Rente en dividend blijven elk jaar belast.
- Het heffingsvrij resultaat gaat in het voorstel omlaag van € 1.800 naar € 1.000 per persoon. Het kabinet werkt aan een andere dekking en neemt daarin een Kamermotie mee die om een hoger bedrag vraagt.
- Niets is definitief. Het advies van de Raad van State wordt rond 28 oktober verwacht en de aangepaste novelle uiterlijk 2 november. De Eerste Kamer moet vóór 31 december 2026 instemmen.
Box 3 gaat op de schop, en eind september 2026 kwam daar nog een flinke wijziging bij: een novelle. Dat is een aparte wet die een wetsvoorstel aanpast terwijl het al bij de Eerste Kamer ligt. Hieronder leest u wat er nu op tafel ligt, wat het u kost en wat u nu al kunt doen.
Waarom box 3 op de schop gaat
Box 3 rekent sinds 2001 met een fictief rendement in plaats van met uw werkelijke rendement. In het Kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het stelsel zoals dat sinds 2017 gold, in strijd is met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarna kwam er een overbruggingsstelsel, met aparte fictieve rendementen voor spaargeld, beleggingen en schulden. Na nieuwe uitspraken van de Hoge Raad in juni 2024 kwam daar de tegenbewijsregeling bij: is uw werkelijke rendement lager, dan kunt u dat aantonen (memorie van toelichting 36.748). Het overbruggingsstelsel loopt tot en met 2027. Wat er in 2027 verandert, leest u in ons artikel over het heffingsvrij vermogen in 2027.
Het oude plan en de novelle naast elkaar
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36.748) werd op 16 mei 2025 ingediend en op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer behandelde het op 30 juni 2026, maar stelde de stemming uit tot de aangekondigde novelle er is (Eerste Kamer). Die novelle kondigde het kabinet aan in de Kamerbrief van 29 september 2026. Het kiest voor 'de snelste route' naar een vermogenswinstbelasting voor alle financiële instrumenten. Volgens het kabinet valt daarmee ongeveer 90% van het vermogen in box 3 waarvan de waarde kan stijgen of dalen onder een vermogenswinstbelasting.
| Oorspronkelijk wetsvoorstel | Met de novelle | |
|---|---|---|
| Aandelen, obligaties, fondsen, opties | Waardestijging elk jaar belast, ook als u niets verkoopt | Waardestijging pas belast als u verkoopt |
| Vastgoed, aandelen in startende ondernemingen | Waardestijging pas belast bij verkoop | Waardestijging pas belast bij verkoop |
| Banktegoeden, directe crypto, vreemde valuta, verzekeringsproducten, lijfrentes en periodieke uitkeringen | Elk jaar belast | Voorlopig elk jaar belast, naar verwachting vanaf 2030 pas bij verkoop |
| Rente en dividend | Elk jaar belast | Elk jaar belast |
| Heffingsvrij resultaat | € 1.800 per persoon | € 1.000 per persoon |
| Tarief | 36% | 36% |
Bronnen bij de tabel: Eerste Kamer, factsheet ministerie van Financiën, memorie van toelichting bij de novelle. Voor spaargeld in euro's maakt het in de praktijk weinig uit dat het tijdelijk onder de jaarlijkse heffing valt: het rendement bestaat doorgaans alleen uit rente min kosten.
Lager heffingsvrij resultaat: € 1.000 in plaats van € 1.800
Om de uitbreiding te betalen, wil het kabinet het heffingsvrij resultaat per 1 januari 2028 verlagen van € 1.800 naar € 1.000 per belastingplichtige. Het tarief blijft 36% (memorie van toelichting). Volgens het kabinet betalen spaarders met 2% rente dan over de eerste € 50.000 geen belasting (Kamerbrief 29 september). Hebt u een fiscale partner, dan gaat het heffingsvrij resultaat van u allebei van uw gezamenlijke resultaat af. Bij € 1.000 per persoon is dat samen € 2.000 (memorie van toelichting 36.748).
Let op: dit bedrag staat ter discussie. Het kabinet schrijft zelf dat er voor onderdelen van de dekking onvoldoende politiek draagvlak is en dat het alternatieve dekkingsvoorstellen uitwerkt 'om kleine spaarders te ontzien' (memorie van toelichting). Op 16 oktober schreef staatssecretaris Eerenberg (Financiën) dat het kabinet aan een andere dekking werkt en daarin de motie-Grinwis meeneemt. Die motie vraagt het heffingsvrij rendement te verhogen ten opzichte van het plan van het kabinet, en als dekking onder meer de zogeheten papieren schenkingen aan te pakken. Uiterlijk 2 november krijgt de Tweede Kamer het aangepaste dekkingsvoorstel (Kamerbrief 16 oktober). Een hoger heffingsvrij resultaat dan € 1.000 is dus goed mogelijk, maar nog niet zeker.
Wat kost het u? Rekenvoorbeelden voor spaarders
Wat u vanaf 2028 betaalt, hangt vooral af van de rente die u echt ontvangt. Daarom rekenen we met twee rentes: 1,28%, het percentage dat de Belastingdienst voorlopig voor banktegoeden in 2026 gebruikt, en 2%, het voorbeeld van het kabinet. Ter vergelijking staat erbij wat u in 2026 betaalt.
| Alleenstaande, alleen spaargeld | 2026 (huidig stelsel) | 2028 bij 1,28% rente | 2028 bij 2% rente |
|---|---|---|---|
| € 50.000 | € 0 | € 0 | € 0 |
| € 80.000 | € 95 | € 9 | € 216 |
| € 100.000 | € 187 | € 101 | € 360 |
| € 150.000 | € 418 | € 331 | € 720 |
Eigen berekening, vereenvoudigd en zonder kosten. Voor 2026 rekenen we met een heffingsvrij vermogen van € 59.357 en 1,28% fictief rendement op banktegoeden (Belastingdienst). Voor 2028 rekenen we met de rente min € 1.000 heffingsvrij resultaat, maal 36%. Voorbeeld: € 80.000 tegen 2% levert € 1.600 rente op. Daarvan is € 600 belast, en 36% daarvan is € 216.
Wat valt op? Met de € 1.000 uit de novelle betaalt u bij 2% rente al belasting vanaf € 50.000 spaargeld. Met de oorspronkelijke € 1.800 was dat pas vanaf € 90.000. Of u er in 2028 op vooruit of achteruit gaat ten opzichte van nu, hangt af van uw rente. Bij 1,28% betaalt u minder dan in 2026, bij 2% flink meer. Fiscale partners hebben samen het dubbele heffingsvrij resultaat. Wat het nieuwe stelsel u kost, rekent u uit met onze box 3-calculator.
Hoe gaat het nu verder?
- 1 oktober 2026: in de Algemene Financiële Beschouwingen noemde minister Heinen het voorstel een compromis dat aanpassingen behoeft (Tweede Kamer).
- 2 oktober 2026: de ministerraad stemde in. Sindsdien ligt de novelle bij de Raad van State voor advies (wetgevingskalender). Het kabinet wilde daarbij om spoedadvies vragen (Kamerbrief 29 september).
- 6 oktober 2026: de Tweede Kamer nam de motie-Grinwis c.s. aan, met 87 stemmen voor en 63 tegen. De motie vraagt het heffingsvrij rendement te verhogen ten opzichte van de kabinetsbrief van 29 september. Het kabinet had het oordeel over de motie aan de Kamer gelaten (motie, stemmingsuitslag).
- 7 oktober 2026: de Raad van State overlegde op eigen initiatief met de minister en de staatssecretaris van Financiën (Kamerbrief 14 oktober).
- 13 oktober 2026: de Eerste Kamercommissie voor Financiën stemde voorlopig in met de route van het kabinet en wacht de behandeling in de Tweede Kamer af (Eerste Kamer).
- 26 oktober 2026: de Tweede Kamer krijgt mondeling antwoord op de resterende vragen over het Belastingplan 2027 (Kamerbrief 16 oktober).
- Rond 28 oktober 2026: het advies van de Raad van State wordt verwacht (Kamerbrief 14 oktober). Eind oktober is ook de uitvoeringstoets van de Belastingdienst klaar (Kamerbrief 16 oktober).
- Uiterlijk maandag 2 november 2026: staatssecretaris Eerenberg wil de novelle bij de Tweede Kamer indienen, met de aangepaste dekking en de uitvoeringstoets (Kamerbrief 14 oktober, Kamerbrief 9 oktober). Het kabinet wil dat de Kamer er tegelijk met het Belastingplan 2027 over stemt.
- Uiterlijk 31 december 2026: beide Kamers moeten de novelle aannemen, en de Eerste Kamer ook het oorspronkelijke wetsvoorstel. Anders lukt invoering per 2028 niet (memorie van toelichting).
Volg elke stap op onze wetstracker. Wilt u op 2 november meteen weten wat er is veranderd? Meld u aan voor de nieuwsbrief.
Wat betekent dit voor u?
- U spaart vooral. Vanaf 2028 telt de rente die u echt ontvangt. Bewaar uw jaaroverzichten van de bank. Voor 2028 komt er voor box 3 geen vooraf ingevulde aangifte, omdat banken de gegevens dan nog niet kunnen aanleveren. Of dat in 2029 wel lukt, is ook niet zeker (memorie van toelichting). U moet dus meer zelf invullen.
- U belegt in aandelen of fondsen. Onder de novelle betaalt u over koerswinst pas belasting als u verkoopt. Dividend blijft elk jaar belast. Voor wat u op 1 januari 2028 al hebt, geldt de waarde op die dag als aankoopprijs, dus bewaar het overzicht van uw beleggingen op die datum. Koopt u daarna bij, houd dan uw aankoopbedragen bij, want bij verkoop rekent u met de gemiddelde aankoopprijs (memorie van toelichting).
- U hebt crypto. Directe cryptobeleggingen blijven naar verwachting tot 2030 onder de jaarlijkse heffing vallen (memorie van toelichting). Dan wordt elk jaar ook de waardestijging belast die u nog niet hebt verzilverd.
- U hebt vastgoed in box 3. Voor vastgoed stond al in het oorspronkelijke voorstel dat waardestijging pas bij verkoop wordt belast. Als aankoopprijs geldt de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2028, die pas begin 2029 bekend is. Verhuurt u een woning niet, of maar voor een deel, dan geldt elk jaar een vastgoedbijtelling van 3,35% en mag u de kosten aftrekken (Kamerbrief 16 oktober). Let ook op 2027: dan wil het kabinet het forfait voor overige bezittingen verhogen naar 7,87%. Lees ons artikel over het heffingsvrij vermogen in 2027.
Krijg op 2 november de nieuwe bedragen in uw mail
Uiterlijk 2 november stuurt het kabinet de aangepaste box 3-plannen naar de Tweede Kamer. Wij zetten de nieuwe bedragen en wat ze voor u betekenen dezelfde week op een rij. Gratis, afmelden kan altijd.
Veelgestelde vragen
Gaat het nieuwe box 3-stelsel zeker in op 1 januari 2028?
Nee. Dat is de beoogde datum, maar beide Kamers moeten de novelle nog aannemen, en de Eerste Kamer ook het oorspronkelijke wetsvoorstel. Dat moet uiterlijk op 31 december 2026 gebeuren (memorie van toelichting).
Betaal ik straks belasting over koerswinst op aandelen die ik niet verkoop?
Volgens de novelle niet. Bij financiële instrumenten wordt waardestijging pas belast als u verkoopt. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was dat wél zo (memorie van toelichting).
Hoe hoog wordt het heffingsvrij resultaat?
Dat staat nog niet vast. Het wetsvoorstel noemt € 1.800 en de novelle € 1.000 per persoon. Het kabinet werkt aan een andere dekking en neemt daarin een motie mee die om een hoger heffingsvrij rendement vraagt. Uiterlijk 2 november volgt het aangepaste voorstel (Kamerbrief 16 oktober).
Blijft het tarief 36%?
In het wetsvoorstel is het tarief 36% (factsheet) en de novelle verandert dat niet. Wel rekent het kabinet door wat meerdere tariefschijven in box 3 zouden opleveren (Kamerbrief 16 oktober).
Wat gebeurt er met mijn spaargeld?
Vanaf 2028 betaalt u over de rente die u echt ontvangt, min het heffingsvrij resultaat. Spaargeld valt tijdelijk onder de jaarlijkse heffing, maar dat maakt in de praktijk weinig uit, want het rendement bestaat doorgaans alleen uit rente min kosten (memorie van toelichting).
Welke aankoopprijs geldt voor beleggingen die ik nu al heb?
De waarde op 1 januari 2028. Koopt u daarna bij, dan rekent u bij verkoop met de gemiddelde aankoopprijs (memorie van toelichting).
Bronnen
- Hoge Raad – Kerstarrest, 24 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1963)
- Eerste Kamer – dossier Wet werkelijk rendement box 3 (36.748)
- Memorie van toelichting bij de novelle (adviesaanvraag Raad van State, pdf)
- Ministerie van Financiën – factsheet Nieuw stelsel box 3 (versie 19 mei 2025, pdf)
- Kamerbrief 29 september 2026 – Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid
- Kamerbrief 9 oktober 2026 – Stand van zaken pakket Belastingplan 2027
- Kamerbrief 14 oktober 2026 – Informatieverzoek artikel 24-overleg Raad van State over box 3
- Kamerbrief 16 oktober 2026 – Schriftelijke beantwoording wetgevingsoverleg pakket Belastingplan 2027 (docx)
- Eerste Kamer – korte aantekening commissie Financiën, 13 oktober 2026
- Memorie van toelichting Wet werkelijk rendement box 3 (Kamerstuk 36748, nr. 3)
- Wetgevingskalender – Novelle uitbreiding vermogenswinstbelasting box 3
- Belastingdienst – Hoe is het box 3-inkomen op mijn voorlopige aanslag 2026 berekend?
- Motie-Grinwis c.s. over het heffingsvrij rendement in box 3 (Kamerstuk 37020-IX, nr. 33)
- Tweede Kamer – stemmingsuitslag motie-Grinwis c.s. (6 oktober 2026)
- Tweede Kamer – Algemene Financiële Beschouwingen afgerond (1 oktober 2026)
Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk belasting- of beleggingsadvies. Stand van zaken: 17 oktober 2026. Box3Wacht is een onafhankelijke informatiebron.